terug

Rasbeschrijving van de Teckel

Wie al kennis heeft gemaakt met deze hond, weet dat ze intelligente, grappige maar ook eigenwijze honden zijn.

Waakzaam, trouw tegenover het baasje en een goede relatie met kinderen, maakt deze hond een goede gezelschapshond, die door al deze eigenschappen zéér geliefd is.

De Teckel is van oudsher gefokt als jachthond voor zowel boven- als ondergronds wild. Het ras heeft veel jachtinstinct en graaft ook graag in de eigen tuin. Bij onaangelijnde wandelingen kunnen ze de benen nemen en voor lange tijd (onder de grond) verdwijnen. Ze zijn karaktervol, erg slim en vindingrijk en niet de gehoorzaamste honden, al kan met een consequente en doortastende opvoeding heel wat bereikt worden.

                   

Het zijn honden van tegenstellingen: in het veld tonen ze een enorme hardheid, maar in een gezinssituatie stellen ze comfort en aandacht zeer op prijs en raken harde woorden hen diep. De meeste Teckels zijn levendig en beweeglijk, maar niet druk. Bij onbekende geluiden slaat een Teckel aan en de dappersten schrikken er niet voor terug om een indringer tot staan te brengen. Het eigen gezin staat bij de Teckel op de eerste plaats: hij stelt zich meestal wat gereserveerd t.o.v. vreemden op. Eenmaal goed gesocialiseerd met kinderen kan hij goed met hen opschieten, maar laat zich beslist niet als speelgoed gebruiken! Met soortgenoten gaan Teckels goed om, maar laten zich niet de kaas van het brood eten.

Ze bezitten behoorlijk wat jachtpassie, wat het ras minder geschikt maakt als huisgenoot voor kleinere huisdieren. Met katten kunnen Teckels harmonieus samenleven, mits een goede socialisatie heeft plaatsgevonden. De vachtverzorging is weinig veeleisend. Ruwharige teckels moeten naast regelmatige borstelbeurten eens per jaar tot halfjaar met  de hand geplukt worden om te voorkomen dat de vacht verstikt.

Overgewicht is een (te) zware belasting voor de lange rug; geef het dier voldoende beweging en niet te veel tussendoortjes. De Teckel heeft korte, rechtstandige poten, een lang lichaam met een rechte rug. De staart is in het verlengde van de ruglijn aangezet.

Er zijn drie maten teckels:

  • De Standaard Teckel heeft een borstomvang die groter is dan 35 centimeter en een gewicht van 7 tot 9 kilo.
  • De Dwergteckel heeft een borstomvang van 30 tot 35 centimeter en een gewicht van 5 tot 7 kilo.
  • De Kaninchenteckel heeft een borstomvang tot 30 centimeter en weegt ongeveer 4 kilo.

Er komen drie verschillende vachtvariëteiten voor die onderling niet worden gekruist: korthaar, ruwhaar en langhaar. Teckels komen in veel verschillende kleuren voor, maar de meest voorkomende zijn effen rood, wildzwijnkleur, black and tan, leverbruin (al dan niet met tan-aftekeningen) en merle (‘getijgerd’). De laatste variëteit mag een of twee blauwe ogen hebben.